Trombone

Het woord 'trombone' komt van het Italiaanse woord 'tromba' (trompet). Als je het achtervoegsel 'a' vervangt door 'one' (groot) krijg je het woord 'trombone' (grote trompet). De trombone in zijn huidige vorm bestaat al heel lang. Ongeveer 500 jaar geleden werd een trompet omgebouwd door een U-vormige schuif in te bouwen. Trompetten en trombones zijn dus familie van elkaar, ook al zien ze er verschillend uit. Er bestaan twee varianten van de trombone: de schuiftrombone en de ventieltrombone. De schuiftrombone heeft een eigenschap die geen enkel ander blaasinstrument heeft. Het instrument kan een echt glissando maken: een ononderbroken overgang tussen verschillende toonhoogtes.

De tenortrombone wordt meestal de 'gewone' trombone genoemd. Om nog lagere noten te kunnen spelen is er de bastrombone, deze is groter dan de gewone trombone en zijn bereik is hierdoor ook veel lager.

Klik op het muzieknootje om een schuiftrombone te beluisteren.