Omstreeks
de 18e eeuw kwam de 'natuurlijke' trompet voor. Dit was een instrument
van koper dat alleen maar hoge noten kon spelen. Er was een hoge ademdruk
en lipspanning nodig. Het instrument was zeer moeilijk bespeelbaar, en
men zocht naar andere mogelijkheden. Aan het eind van de 18e eeuw werden
er trompetten met kleppen gemaakt (klephoorn). Ook begon men het principe
van de trombone toe te passen en dat leverde de schuiftrompet op. Enkele
tientallen jaren later werd het ventielsysteem in gebruik genomen, zoals
we dat nu nog kennen.
De cornet lijkt heel erg op de trompet. De klank is echter
weker als gevolg van de wijdere boring van de buis. De cornet komt net
zo hoog en net zo laag als de trompet.
Klik
op het muzieknootje hiernaast om een trompet te horen.
Deze muzieknoot laat een cornet horen.