Hoorn

In de Middeleeuwen werden hoorns gebruikt tijdens de jacht en in het leger. In het begin was de hoorn niet meer dan een buis, al dan niet met vingergaten, gemaakt van natuurlijke materialen. Later werden ze van metaal gemaakt. Het duurde een tijd voordat de hoorn in het orkest werd opgenomen. Ze hadden namelijk maar een beperkte toonomvang en waren daardoor nauwelijks geschikt om melodieën te spelen. Een oplossing daarvoor werd gevonden door gebruik te maken van een aantal afneembare beugels van verschillende lengte. Een andere mogelijkheid waren de omnitonische hoorns. Deze hoorns hadden ingebouwde beugels die met behulp van een kiesschijf konden worden gekozen. Ze waren echter vrij zwaar en werden daardoor nooit echt populair. Door het gebruik van ventielen in de 19e eeuw werden hoornisten verlost van het verwisselen van verschillende beugels.

De hoorn van tegenwoordig is het meest allrounde instrument in de fanfare. Het heeft een bereik zowel in het hoge, het midden als in het lage register. Met een scherpe of juist zachte klank. De ene keer speelt de hoornist de melodische partij, de andere keer de ritmische begeleiding. De hoorn is een instrument dat behoort bij de groep van de scherpe kopers. Net zoals de trompet en de trombone. Hoorns vind je in ieder orkest, van fanfare tot symfonie. In de brassband daarentegen vind je geen hoorns maar alto's die hetzelfde bereik hebben als de hoorn, maar de alto's behoren tot de groep van de saxhoorns en vallen hierdoor onder de zachte kopers.
Klik op de muzieknoot om een hoorn te beluisteren.