|
Blaasmuziek In de tweede helft van de negentiende eeuw konden de dorpsbewoners op het platteland niet naar symfonische orkesten gaan luisteren. Radio en platenspelers bestonden uiteraard nog niet. Maar toch hoorden ze graag de populaire klassieke deuntjes. Dus zat er maar één ding op: zelf muziek maken. Daarom werd er in die periode in bijna elk dorpje van Vlaanderen en Nederland een muziekvereniging opgericht, waarin vooral koper- en houtblazers bespeeld werden. Dit was onder andere mogelijk geworden door de industriële revolutie, waardoor koper- en houtblaasinstrumenten beter, gemakkelijker produceerbaar en bovendien goedkoper waren geworden. Uit deze muziekverenigingen, die geen vaste bezetting hadden, evolueerden de twee orkestvormen die typisch zijn voor de Lage Landen: de harmonie en de fanfare. Het verschil tussen beide is het volgende: Een harmonie bevat slagwerk, koperblazers, saxofoons en "orkestrale" houten blaasinstrumenten (dwarsfluit, klarinet, hobo, fagot). De belangrijkste melodieën worden gespeeld door de klarinetgroep. Een fanfare daarentegen bevat uit de groep van de houtblazers enkel saxofoons, met daarnaast natuurlijk de koperblazers en slagwerkers. De melodieën worden dus niet gespeeld op klarinet, maar wel op bugel (of "flugel hoorn"). Op de trombones, trompetten en hoorns na, bestaat een fanfare volledig uit instrumenten die ook wel saxhoorns genoemd worden - naar hun uitvinder Adolphe Sax. Lees meer over de verschillende instrumenten binnen de fanfare door links in het menu te kiezen. |